INSOMNIO’S TRIO NACHT
Stefanie Liedtke – fagot en blokfluiten
Siebe Visser – altviool
Sabien Canton – harp
Trio Nacht is onderdeel van het Utrechtse ensemble Insomnio en werd geboren in het donker. Harp, fagot en altviool kwamen samen voor de muziektheatervoorstelling Nacht. De klankcombinatie en de samenwerking bevielen zo goed dat het trio samen verder wilde. Sindsdien bouwen ze een eigen repertoire op. In dit programma speelt de natuur een belangrijke rol, en ook weer de nacht. Naast de triostukken koos iedere speler een solostuk dat een bijzonder licht laat schijnen op het eigen instrument.

Programma
Siebe Visser – Uilen Serenade (2024) trio
Kaija Saariaho – Fall (1991) harpsolo en electronica
Luciano Berio – Sequenza No.12 (1997) voor fagotsolo
Improvisatie – Waterstromen en mistbanken (concept Stefanie Liedtke), trio
pauze
Fjodor Droezjinin – Sonate voor altvioolsolo (1959)
Dmitri Sjostakovitsj – Sonate op. 147 (1975), deel 1 en 2, bewerking voor trio
Siebe Visser – Uilen Serenade (2024)
Wie ’s nachts buiten is, hoort ze: de uilen. Siebe Visser baseerde zijn serenade op echte uilengeluiden, die hij vertaalde naar harp, fagot, blokfluit en altviool.
Kaija Saariaho – Fall voor harp en elektronica (1991)
Fall is het zesde deel van Maa, een avondvullend ballet. Saariaho vertaalt de titel letterlijk naar de structuur van de muziek. Het stuk begint heel hoog in het register van de harp, met nerveuze, ijle klanken, en breidt zich gaandeweg steeds verder naar beneden uit, alsof je langzaam in een peilloze diepte of onderwereld stort.
Luciano Berio – Sequenza XII voor fagot solo (1995)
Berio schreef zijn veertien Sequenza’s als portretten van evenzoveel instrumenten. Deel XII is met zo’n achttien minuten de langste. Het stuk moet ‘zonder adem’ gespeeld worden: een haast onmogelijke opgave, die alleen met circulaire ademhaling te overwinnen is. Het klinkt dan weer als een meditatie, dan weer als een gevecht. Een eindeloze stroom van glijdende, ijle lijnen wordt onderbroken door erupties van beestachtige, schijnbaar onbeheersbare klanken, die alle hoeken en mogelijkheden van de fagot verkennen.
Fjodor Droezjinin – Sonate voor altviool solo (1959)
De sonate voor altviool solo (1959) is een uiterst expressief en technisch veeleisend werk van de Russische legendarische altviolist Fjodor Droezjinin (1932–2007). Deze sonate is een virtuoos stuk in vier delen, vol plotselinge stemmingswisselingen, waarin je echo’s van Prokofjev en Sjostakovitsj hoort.
Dmitri Sjostakovitsj – Sonate op. 147 (1975), deel 1 en 2, bewerking voor trio
Sjostakovitsj droeg deze sonate op aan Droezjinin. Het eerste deel, Novelle, opent met een eenzame pizzicato in de altviool. Het tweede deel, een scherzo, haalt zijn materiaal uit De spelers, de onvoltooide opera naar Gogol over valsspelende kaartspelers. Het is zijn laatste compositie die hij vlak voor zijn dood schreef. Een recensent van de Izvestia schreef dat de muziek was als “de catharsis in een tragedie; leven, strijd, overwinning, zuivering door het licht, uitgang naar onsterfelijkheid.” Druzhinin verzorgde de historische wereldpremière in Leningrad.




